Onze binnenlandse routes en routes naar Groenland worden bediend door de De Havilland Canada (DHC)-vliegtuigen. | Icelandair
Pingdom Check

De Havilland Canada DHC-8-200

Onze binnenlandse routes en routes naar Groenland worden bediend door de De Havilland Canada (DHC)- vliegtuigen, vroeger bekend als de Bombardier en  algemeen aangeduid als de 'Dash 8'. 

Onze vloot bestaat uit 2 DHC-8-400- en 3 DHC-8-200-vliegtuigen. Hun huisstijl wordt momenteel geüpdatet na de integratie van de activiteiten van Icelandair en Air Iceland Connect in maart 2021.

De DHC-vliegtuigen in onze vloot zijn vernoemd naar de vrouwelijke kolonisten en IJslandse saga-heldinnen. We houden hun erfenis met trots in ere.

Algemene informatie 

De De Havilland Canada DHC-8-200-vliegtuigen hebben een aantal eigenschappen die voorheen niet beschikbaar was voor de IJslandse luchtvaart: ze zijn uitgerust met extra brandstoftanks die het maximale vliegbereik vergroten, ze hebben geen lange start- of landingsbaan nodig en kunnen bijvoorbeeld met een volle lading opstijgen van een startbaan die ongeveer 800 meter lang is, zij zijn bestand tegen grotere zijwinden en kunnen meer vracht vervoeren dan vergelijkbare vliegtuigen. De DHC-8-200 kan specifiek worden aangepast voor vrachtvervoer. Het vliegtuig biedt plaats aan 37 passagiers en 3 bemanningsleden.

Technische specificatie

  • Lengte:22.25 meters (73ft)
  • Spanwijdte:25.9 meters (84ft 11in)
  • Kruissnelheid:490 km/h (304 mph)
  • Maximaal bereik:over 1800 km (1118 mi)
  • Maximaal startgewicht:16,500 kg (36,376 lb)
  • Motor:2 x PW 123D turboprops, 2400 hp each
  • De Havilland Canada DHC-8-200 - Plattegrond en informatie over zitplaatsen

    Saga Premium
  • Beenruimte: not available on DHC aircraft
  • Stoelbreedte: not available on DHC aircraft
  • Breedte van de rugleuning: not available on DHC aircraft
  • Economy
  • Beenruimte: 31"
  • Stoelbreedte: 16.9"
  • Breedte van de rugleuning: 16.9"
  • Onze vliegtuigen De Havilland Canada DHC-8-200 vliegtuig

    Þorbjörg hólmasól

    DHC-8-200
    De eerste persoon die in Eyjafjörður in Noordoost-IJsland werd geboren, was een meisje dat de naam Þorbjörg hólmasól ('Eilandzon') kreeg. Naar verluidt werd zij op een delta in de Eyjafjarðará-rivier ter wereld gebracht toen haar ouders, de kolonisten Þórunn hyrna en Helgi magri ('de Magere'), met hun schip naar Kristnes voeren. Daar bouwden zij een mooie boerderij en voedden het meisje op, dat de vrolijkste bijnaam kreeg in de geschiedenis van de IJslandse nederzettingen.

    Arndís auðga

    DHC-8-200
    Arndís' vader was een kolonist in Dalir, maar zij wilde haar eigen land kiezen. Arndís auðga ('de welgestelde') vestigde zich in Hrútafjörður, in Noordwest IJsland. Haar bijnaam suggereert dat ze rijkdom verwierf terwijl ze haar landgoed beheerde. Er is weinig bekend over Arndís, aangezien de geschreven documentatie zeer beperkt is. Tussen de regels door wordt echter duidelijk dat zij een machtige vrouw was die het patriarchaat trotseerde. Arndís trouwde met Bjálki Blængsson maar hun zoon Þórður werd bekend onder de matronymische achternaam: Arndisarson (zoon van Arndís, niet zoon van Bjálki).

    Þuríður sundafyllir

    DHC-8-200
    Þuríður stond bekend als een völva (waarzegster) en was naar verluidt zeer bedreven in magie toen zij zich in Bolungarvík in de Westfjorden vestigde. Zij werd 'Baaivuller' genoemd omdat zij spreuken kon uitspreken die elke baai met haring vulden. Als dank voor haar spreuk kreeg ze van elke boer in de streek een ooi zonder hoorns.